Dag 3 (vervolg)
Avellana sluipt zonder ongelukken het klooster uit, en haast
zich terug naar het kamp. Daar is vader Zastoran zo goed om onmiddellijk zijn
wagen in te duiken en hij mengt met gezwinde spoed twee drankjes die ze mee
terug kan nemen. Met het oog op de geslonken ammunitie gaat ze meteen ook wat
extra ammunitie opsnorren voor zichzelf en Ardea, maar moet tot de vaststelling
komen dat ze alleen haar eigen pijlkoker zal kunnen spekken, want op kruisboogpijlen
is niet gerekend.
Terug in het klooster is er in de toestand van Ominan geen
enkele verbetering te bespeuren. Ze moet beide drankjes door zijn keel gieten,
voor de priester weer een teken van leven geeft. Zodra hij weer is bijgekomen,
informeert Ominan ongeduldig of het klooster inmiddels al pugwampi-vrij is.
Helaas moet de rest hem teleurstellen: die taak ligt nog voor hen.
In aanvang willen ze daar dan maar meteen toe overgaan, maar
bij nader inzien, kiezen de vier ervoor om eerst de kamer met de stinkende
karkassen maar eens aan een ander onderzoek te onderwerpen. De pugwampi’s laten
zich immers niet zien, en lijken nogal standvastig op één plaats te blijven. De
onzekere dreiging van de achthoekige kamer lijkt urgenter: daar willen ze niet
op een ongewenst moment door verrast worden.
Ragna wordt met zachte dwang in de voorhoede geduwd, en met
Storm in de hand struikelt ze de kamer binnen. Daar hoort ze meteen een luid
gezoem, als van een gigantische mug. De dag kan niet meer stuk als blijkt dat
er niet één maar drie muggengiganten in de kamer huizen. Twee ervan zoemen
onmiddellijk op Ragna af en klauwen zich aan haar schouders vast, hun
zuigmonden in haar huid borend. De halfork doet verwoede pogingen ze van zich
af te trekken, maar dat is niet zo eenvoudig.
Ominan schiet ter hulp, en probeert de muggen er met brute
kracht af te slaan, terwijl Ardea de plaag probeert weg te branden, en Ragna
vergeefs blijft worstelen met de hardnekkige insecten. Ominan weet één van de
beesten tenslotte met zijn sikkel half vleugellam te maken, terwijl Ardea een
beroep doet op krachtigere magie om de andere mug te vellen. Wanneer Avellana
de resterende vleugels van de eerste mug met een pijl doorboort, is het ook
voor die bloedbeluste belager afgelopen.
Intussen echter heeft de derde mug zich op Ominan gestort,
en de ongelukkige priester moet nu zelf verwoede pogingen doen zich het
zoemende beest van het lijf te krijgen. Ragna, die maar al te goed kan
meevoelen, vliegt er met Storm op af en hakt de mug met haar zwaard aan mootjes
tot er niets meer van overblijft.
Nu het zware gezoem is opgehouden, is het even nadrukkelijk
stil, waarna iedereen opgelucht ademhaalt. In de kamer treffen de vier nog meer
buit dan alleen de leeggezogen karkassen: een mooi bewerkte zilveren schaal
glinstert tussen de viezigheid, en Ominan is enige tijd bezig met het
bestuderen van de decoraties die goed passen bij de eredienst van Sarenrae.
Ardea ontdekt ook een metalen koker, waaraan ze duidelijk een magisch aura
bespeurt: het voorwerp bevat de kracht om sloten te openen. Ervan overtuigd dat
dit nog wel eens van pas kan komen, bergt ze de koker zorgvuldig op.
En dan maken de vier zich op voor de grote confrontatie met
de overblijvende pugwampi’s. Ominan, die steeds meer weerzin is gaan voelen
tegen de ontheiliging van de tempel, voelt zich niet in staat het gevecht zonder
meer aan te gaan. Hij weet Avellana te overhalen een symbolische daad te stellen:
ze sluipt lichtvoetig de kapel binnen, kruipt onhoorbaar de trap op… en hakt
het touw door dat de kroonluchter van gnollhoofden aan het plafond vasthield.
Het ding valt met een luide en vochtige klap op de tegels neer en spat uit
elkaar.
De pugwampi’s hebben nu wel door dat er iets aan de hand is,
en na wat luid gekwetter komen er twee
tevoorschijn, die zich met hun boogjes op de kooromgang posteren. Ragna en
Ardea komen onder vuur te liggen, en beantwoorden dat zo goed mogelijk, maar de
kleine jakhalskopjes zijn eens te meer moeilijke doelwitten, en hun dikke huid
maakt de boel er ook al niet makkelijker op. Avellana die verdekt aan de
overkant zit, weet echter één van hen te vellen, en nummer twee lijkt het op
een rennen te willen zetten.
Vanuit het pugwampinest komt echter een boze, bevelende
stem, en de pugwampi blijft zijn positie behouden, pijlen afvurend op ieder die
in zijn schootsveld opduikt. Ominan daagt de koning die hij achter de
gebiedende stem vermoedt, onvermoeibaar uit, tot die daadwerkelijk andermaal
naar beneden springt, het strijdtoneel op.
De priester is opgetogen dat hij eindelijk de leider van de
heiligschenners voor zich heeft, en stormt met zijn sikkel in de hand op de
koning af. Ragna laat haar boog vallen, en komt hem met getrokken zwaard ter
hulp. Samen hakken ze op de koning in, maar de combinatie van het ongeluk dat
hij verspreidt en zijn zware bepantsering maken hem een harde noot om te
kraken. Intussen deelt hij zware klappen uit, tot Ragna staat te wankelen en
voor een tactische terugtrekking kiest.
Ardea inmiddels maakt gebruik van de dekking die haar twee
makkers haar geven om de koning te bestoken met de krachtigste magie die ze kan
inzetten. De magische projectielen slaan de forse pugwampi wel flink uit zijn evenwicht,
maar wanneer haar krachten beginnen te tanen, staat hij nog steeds op zijn
benen, vervaarlijke klappen uitdelend.
Ook Ominan ziet zich, na een zware treffer tegen zijn knie,
verplicht zich uit de vuurlinie terug te trekken, en hij schiet de kloostergang
in. Hij is die al half rondgerend voor hij beseft dat hij niet wordt
achtervolgd: Ragna werpt zich meteen weer heldhaftig naar voren om de koning af
te leiden, en beschermt zo Ardea. Ze biedt zo de tovenares de gelegenheid om haar
laatste magische krachten om te zetten in woedende vuurschichten, waarmee ze de
koning, die inmiddels staat te wankelen, hoopt te kunnen uitschakelen voor hij
Ragna kan neerslaan… Maar Ardea’s energie wordt steeds zwakker, en de razende koning lijkt extra kracht te putten uit zijn vele wonden.
Ominan, die inmiddels weer terug op zijn uitgangspunt is
aangekomen, ziet dat de situatie op een breekpunt afstevent, en hij begeeft
zich toch weer in het strijdgewoel. In een poging de koning net lang genoeg af
te leiden om Ragna een beslissende klap te laten uitdelen, stort hij een
hemelse watervloed over diens hoofd… de
koning hoest en proest, maar laat zich niet zo makkelijk op de knieën krijgen.
Zijn krachten uitputtend tot op de bodem, omhult Ominan
vervolgens Ragna en Ardea met zegenende energie, in de hoop de balans op deze
manier te kunnen laten doorslaan in hun voordeel. De twee zetten de tanden op
elkaar en houden vol, Ragna blijft de koning bekampen zodat hij niets anders
kan dan zich focussen zich een woedende halfork van het lijf houden, terwijl
Ardea hem blijft verzengen met haar vuurpijlen tot hij wankelt op zijn benen…
En dan komt er hulp uit onverwachte hoek! Avellana heeft
afgerekend met de laatste pugwampi op de kooromgang, en verschijnt in de
middengang van de tempel. Ze spant haar boog… mikt zorgvuldig… en laat haar
pijl trefzeker zoeven. Met een kreet stort de pugwampikoning ter aarde, en
blijft bewusteloos liggen. Ominan snelt naderbij, en met een triomfantelijk
gebaar flitst zijn sikkel over de keel van de koning: het is afgelopen met diens
heiligschennende regime.
Na enige euforische ogenblikken omdat ze eindelijk van de
pugwampi-pest zijn afgekomen, beginnen de vier de kapel verder op te ruimen.
Avellana haalt het nest naar beneden, terwijl Ominan vol afkeer de
gnollschedelcreatie zo gauw mogelijk de kapel uitbezemt.
In het nest treft Avellana onder de troon, geïmproviseerd
uit een koorbank, een kistje. Wanneer ze het opent, treft ze daarin, behalve
een ring met inscripties van veren- of misschien bladerenmotieven, ook een
merkwaardig doosje, waaraan een koord is bevestigd. In het doosje blijkt een
ragfijn document ingesloten, dat Sarenrae eert en looft. Ardea voelt dat beide
voorwerpen een magisch aura dragen, maar kan ze niet dieper doorgronden.
Ominan herkent op het doosje meteen het symbool van
Sarenrae, en verklaart dat het bedoeld is om gedragen te worden door één van
haar dienaars. Hij bindt het meteen op zijn voorhoofd vast, en gaat verder met
zijn heilige taak van het zuiveren van de Tempel. Op het altaar treft hij
flarden van het heilige boek van Sarenrae: ‘De Geboorte van Licht en Waarheid’.
Met zorg legt hij de bladen apart, en poetst dan het altaar op tot het weer
glanst, rommel verwijderend, religieuze objecten die hij vanonder het vuil
vandaan haalt schoonmakend, en netjes op het altaar schikkend.
Terwijl Ominan zich om de kapel bekommert, zijn Ragna en
Ardea begonnen om alle uitgeschakelde indringers van het klooster naar buiten
te dragen. De stapel groeit gestaag, en levert een afschrikwekkend bewijs van
hun inspanningen van de afgelopen dagen.
Avellana is inmiddels de keuken ingedoken om die wat te
fatsoeneren, en uit te zoeken of er misschien wat voedsel is achtergebleven.
Maar halverwege het schoonvegen van de vloer wordt ze overvallen door een
gevoel van intense zwakte. Tot haar schrik ziet ze op haar armen zwarte plekken
verschijnen die wel schimmel lijken, en krijgt het akelige gevoel dat er iets
helemaal mis met haar is.
Zal ze langzaam maar zeker in een schimmelig monster
veranderen, verplicht om verhullende kledij te dragen? Gruwelend van dit
vooruitzicht stormt de danseres weer richting haar kameel, zodat ze hulp kan
gaan zoeken in het kamp. De rest kijkt haar enigszins verbaasd na wanneer ze na
amper een woord uitleg in een stofwolk verdwijnt, hen niet de tijd gevend te
zien hoe haar voorheen smetteloze huid aangetast is.
Vader Zastoran toont zich zeer bezorgd over haar situatie,
en ondervraagt haar grondig over de mogelijke oorzaak. Dan dringt het tot
Avellana door dat haar avontuur met het groene slijmwezen kennelijk nog een
staartje had… Gelukkig weet vader Zastoran haar van de schimmelrot, die het
volgens hem was, te genezen, middels een kostbaar drankje dat hij tussen zijn
voorraden had. Zij op haar beurt kan hem de formules geven die Ominan in het lab
had gevonden, en daar betoont de alchemist zich zeer verheugd over.
In het klooster is Ominan intussen tevreden over zijn
inspanningen. Hij legt zijn kromzwaard op het zuivere altaar, knielt neer, en
bidt dan gedurende ruime tijd tot zijn godin, zijn zwaard eens te meer aan haar
opdragend. Ineens wordt hij omhuld door een warme gloed, die hem baadt in een
helder licht. Zijn wezen wordt doordrongen van de aanwezigheid van Sarenrae,
die goedkeurend op de inspanningen van haar volgeling neerziet… zijn gemoed wordt
vervuld door haar zegening, die hem nieuwe vastberadenheid en kracht schenkt.
Hij beseft dat hij reeds veel bereikt heeft, maar dat er nog veel meer voor hem
in het verschiet ligt…
XP
2,600 XP (650
XP per speler)
Treasure
90 gp
Zilveren
schaal
Chime of opening
Phylactery of faithfulness
Ring