zondag 13 oktober 2013

2 september 2013

Dag 3 (vervolg)

Avellana sluipt zonder ongelukken het klooster uit, en haast zich terug naar het kamp. Daar is vader Zastoran zo goed om onmiddellijk zijn wagen in te duiken en hij mengt met gezwinde spoed twee drankjes die ze mee terug kan nemen. Met het oog op de geslonken ammunitie gaat ze meteen ook wat extra ammunitie opsnorren voor zichzelf en Ardea, maar moet tot de vaststelling komen dat ze alleen haar eigen pijlkoker zal kunnen spekken, want op kruisboogpijlen is niet gerekend.

Terug in het klooster is er in de toestand van Ominan geen enkele verbetering te bespeuren. Ze moet beide drankjes door zijn keel gieten, voor de priester weer een teken van leven geeft. Zodra hij weer is bijgekomen, informeert Ominan ongeduldig of het klooster inmiddels al pugwampi-vrij is. Helaas moet de rest hem teleurstellen: die taak ligt nog voor hen.
In aanvang willen ze daar dan maar meteen toe overgaan, maar bij nader inzien, kiezen de vier ervoor om eerst de kamer met de stinkende karkassen maar eens aan een ander onderzoek te onderwerpen. De pugwampi’s laten zich immers niet zien, en lijken nogal standvastig op één plaats te blijven. De onzekere dreiging van de achthoekige kamer lijkt urgenter: daar willen ze niet op een ongewenst moment door verrast worden.

Ragna wordt met zachte dwang in de voorhoede geduwd, en met Storm in de hand struikelt ze de kamer binnen. Daar hoort ze meteen een luid gezoem, als van een gigantische mug. De dag kan niet meer stuk als blijkt dat er niet één maar drie muggengiganten in de kamer huizen. Twee ervan zoemen onmiddellijk op Ragna af en klauwen zich aan haar schouders vast, hun zuigmonden in haar huid borend. De halfork doet verwoede pogingen ze van zich af te trekken, maar dat is niet zo eenvoudig.
Ominan schiet ter hulp, en probeert de muggen er met brute kracht af te slaan, terwijl Ardea de plaag probeert weg te branden, en Ragna vergeefs blijft worstelen met de hardnekkige insecten. Ominan weet één van de beesten tenslotte met zijn sikkel half vleugellam te maken, terwijl Ardea een beroep doet op krachtigere magie om de andere mug te vellen. Wanneer Avellana de resterende vleugels van de eerste mug met een pijl doorboort, is het ook voor die bloedbeluste belager afgelopen.
Intussen echter heeft de derde mug zich op Ominan gestort, en de ongelukkige priester moet nu zelf verwoede pogingen doen zich het zoemende beest van het lijf te krijgen. Ragna, die maar al te goed kan meevoelen, vliegt er met Storm op af en hakt de mug met haar zwaard aan mootjes tot er niets meer van overblijft.
Nu het zware gezoem is opgehouden, is het even nadrukkelijk stil, waarna iedereen opgelucht ademhaalt. In de kamer treffen de vier nog meer buit dan alleen de leeggezogen karkassen: een mooi bewerkte zilveren schaal glinstert tussen de viezigheid, en Ominan is enige tijd bezig met het bestuderen van de decoraties die goed passen bij de eredienst van Sarenrae. Ardea ontdekt ook een metalen koker, waaraan ze duidelijk een magisch aura bespeurt: het voorwerp bevat de kracht om sloten te openen. Ervan overtuigd dat dit nog wel eens van pas kan komen, bergt ze de koker zorgvuldig op.

En dan maken de vier zich op voor de grote confrontatie met de overblijvende pugwampi’s. Ominan, die steeds meer weerzin is gaan voelen tegen de ontheiliging van de tempel, voelt zich niet in staat het gevecht zonder meer aan te gaan. Hij weet Avellana te overhalen een symbolische daad te stellen: ze sluipt lichtvoetig de kapel binnen, kruipt onhoorbaar de trap op… en hakt het touw door dat de kroonluchter van gnollhoofden aan het plafond vasthield. Het ding valt met een luide en vochtige klap op de tegels neer en spat uit elkaar.
De pugwampi’s hebben nu wel door dat er iets aan de hand is, en na wat luid gekwetter komen er  twee tevoorschijn, die zich met hun boogjes op de kooromgang posteren. Ragna en Ardea komen onder vuur te liggen, en beantwoorden dat zo goed mogelijk, maar de kleine jakhalskopjes zijn eens te meer moeilijke doelwitten, en hun dikke huid maakt de boel er ook al niet makkelijker op. Avellana die verdekt aan de overkant zit, weet echter één van hen te vellen, en nummer twee lijkt het op een rennen te willen zetten.
Vanuit het pugwampinest komt echter een boze, bevelende stem, en de pugwampi blijft zijn positie behouden, pijlen afvurend op ieder die in zijn schootsveld opduikt. Ominan daagt de koning die hij achter de gebiedende stem vermoedt, onvermoeibaar uit, tot die daadwerkelijk andermaal naar beneden springt, het strijdtoneel op.
De priester is opgetogen dat hij eindelijk de leider van de heiligschenners voor zich heeft, en stormt met zijn sikkel in de hand op de koning af. Ragna laat haar boog vallen, en komt hem met getrokken zwaard ter hulp. Samen hakken ze op de koning in, maar de combinatie van het ongeluk dat hij verspreidt en zijn zware bepantsering maken hem een harde noot om te kraken. Intussen deelt hij zware klappen uit, tot Ragna staat te wankelen en voor een tactische terugtrekking kiest.
Ardea inmiddels maakt gebruik van de dekking die haar twee makkers haar geven om de koning te bestoken met de krachtigste magie die ze kan inzetten. De magische projectielen slaan de forse pugwampi wel flink uit zijn evenwicht, maar wanneer haar krachten beginnen te tanen, staat hij nog steeds op zijn benen, vervaarlijke klappen uitdelend.
Ook Ominan ziet zich, na een zware treffer tegen zijn knie, verplicht zich uit de vuurlinie terug te trekken, en hij schiet de kloostergang in. Hij is die al half rondgerend voor hij beseft dat hij niet wordt achtervolgd: Ragna werpt zich meteen weer heldhaftig naar voren om de koning af te leiden, en beschermt zo Ardea. Ze biedt zo de tovenares de gelegenheid om haar laatste magische krachten om te zetten in woedende vuurschichten, waarmee ze de koning, die inmiddels staat te wankelen, hoopt te kunnen uitschakelen voor hij Ragna kan neerslaan… Maar Ardea’s energie wordt steeds zwakker, en de razende koning lijkt extra kracht te putten uit zijn vele wonden.
Ominan, die inmiddels weer terug op zijn uitgangspunt is aangekomen, ziet dat de situatie op een breekpunt afstevent, en hij begeeft zich toch weer in het strijdgewoel. In een poging de koning net lang genoeg af te leiden om Ragna een beslissende klap te laten uitdelen, stort hij een hemelse watervloed over diens hoofd…  de koning hoest en proest, maar laat zich niet zo makkelijk op de knieën krijgen.
Zijn krachten uitputtend tot op de bodem, omhult Ominan vervolgens Ragna en Ardea met zegenende energie, in de hoop de balans op deze manier te kunnen laten doorslaan in hun voordeel. De twee zetten de tanden op elkaar en houden vol, Ragna blijft de koning bekampen zodat hij niets anders kan dan zich focussen zich een woedende halfork van het lijf houden, terwijl Ardea hem blijft verzengen met haar vuurpijlen tot hij wankelt op zijn benen…
En dan komt er hulp uit onverwachte hoek! Avellana heeft afgerekend met de laatste pugwampi op de kooromgang, en verschijnt in de middengang van de tempel. Ze spant haar boog… mikt zorgvuldig… en laat haar pijl trefzeker zoeven. Met een kreet stort de pugwampikoning ter aarde, en blijft bewusteloos liggen. Ominan snelt naderbij, en met een triomfantelijk gebaar flitst zijn sikkel over de keel van de koning: het is afgelopen met diens heiligschennende regime.

Na enige euforische ogenblikken omdat ze eindelijk van de pugwampi-pest zijn afgekomen, beginnen de vier de kapel verder op te ruimen. Avellana haalt het nest naar beneden, terwijl Ominan vol afkeer de gnollschedelcreatie zo gauw mogelijk de kapel uitbezemt.
In het nest treft Avellana onder de troon, geïmproviseerd uit een koorbank, een kistje. Wanneer ze het opent, treft ze daarin, behalve een ring met inscripties van veren- of misschien bladerenmotieven, ook een merkwaardig doosje, waaraan een koord is bevestigd. In het doosje blijkt een ragfijn document ingesloten, dat Sarenrae eert en looft. Ardea voelt dat beide voorwerpen een magisch aura dragen, maar kan ze niet dieper doorgronden.
Ominan herkent op het doosje meteen het symbool van Sarenrae, en verklaart dat het bedoeld is om gedragen te worden door één van haar dienaars. Hij bindt het meteen op zijn voorhoofd vast, en gaat verder met zijn heilige taak van het zuiveren van de Tempel. Op het altaar treft hij flarden van het heilige boek van Sarenrae: ‘De Geboorte van Licht en Waarheid’. Met zorg legt hij de bladen apart, en poetst dan het altaar op tot het weer glanst, rommel verwijderend, religieuze objecten die hij vanonder het vuil vandaan haalt schoonmakend, en netjes op het altaar schikkend.

Terwijl Ominan zich om de kapel bekommert, zijn Ragna en Ardea begonnen om alle uitgeschakelde indringers van het klooster naar buiten te dragen. De stapel groeit gestaag, en levert een afschrikwekkend bewijs van hun inspanningen van de afgelopen dagen.
Avellana is inmiddels de keuken ingedoken om die wat te fatsoeneren, en uit te zoeken of er misschien wat voedsel is achtergebleven. Maar halverwege het schoonvegen van de vloer wordt ze overvallen door een gevoel van intense zwakte. Tot haar schrik ziet ze op haar armen zwarte plekken verschijnen die wel schimmel lijken, en krijgt het akelige gevoel dat er iets helemaal mis met haar is.
Zal ze langzaam maar zeker in een schimmelig monster veranderen, verplicht om verhullende kledij te dragen? Gruwelend van dit vooruitzicht stormt de danseres weer richting haar kameel, zodat ze hulp kan gaan zoeken in het kamp. De rest kijkt haar enigszins verbaasd na wanneer ze na amper een woord uitleg in een stofwolk verdwijnt, hen niet de tijd gevend te zien hoe haar voorheen smetteloze huid aangetast is.
Vader Zastoran toont zich zeer bezorgd over haar situatie, en ondervraagt haar grondig over de mogelijke oorzaak. Dan dringt het tot Avellana door dat haar avontuur met het groene slijmwezen kennelijk nog een staartje had… Gelukkig weet vader Zastoran haar van de schimmelrot, die het volgens hem was, te genezen, middels een kostbaar drankje dat hij tussen zijn voorraden had. Zij op haar beurt kan hem de formules geven die Ominan in het lab had gevonden, en daar betoont de alchemist zich zeer verheugd over.

In het klooster is Ominan intussen tevreden over zijn inspanningen. Hij legt zijn kromzwaard op het zuivere altaar, knielt neer, en bidt dan gedurende ruime tijd tot zijn godin, zijn zwaard eens te meer aan haar opdragend. Ineens wordt hij omhuld door een warme gloed, die hem baadt in een helder licht. Zijn wezen wordt doordrongen van de aanwezigheid van Sarenrae, die goedkeurend op de inspanningen van haar volgeling neerziet… zijn gemoed wordt vervuld door haar zegening, die hem nieuwe vastberadenheid en kracht schenkt. Hij beseft dat hij reeds veel bereikt heeft, maar dat er nog veel meer voor hem in het verschiet ligt…

XP
2,600 XP (650 XP per speler)

Treasure
90 gp
Zilveren schaal
Chime of opening
Phylactery of faithfulness

Ring

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.